|
Het Global Positioning System
(GPS) bestaat uit 24 kunstmatige satellieten.
Ieder van deze satellieten draait twee keer per dag in een vaste baan om
de aarde en zendt een uniek signaal uit. Een GPS ontvangsttoestel verwerkt
de signalen afkomstig van de GPS satellieten met behulp van de door de
satellieten uitgezonden almanak. Deze almanak bevat een beschrijving van
de banen van de GPS satellieten (de satellietefemerieden).
Het GPS systeem wordt onderhouden door het
Amerikaans Ministerie van Defensie.
|
Basisprincipe van de ruimtegeodesie
Uit de gemeten tijd dat het
signaal erover doet om de GPS ontvanger te bereiken en de beschikbare satellietefemerieden
kan de exacte plaats van de waarnemer bepaald worden :
Uit de gemeten looptijd
van het GPS signaal en de gekende satellietefemerieden kan men afleiden
dat de waarnemer zich ergens op een bol moet bevinden, met middelpunt de
positie van de GPS satelliet en straal de gemeten looptijd. Om echt je
positie te bepalen op aarde, zijn dus minimaal drie satellieten nodig.
Op het snijpunt van de drie iso-chrone bollen ligt de positie van de waarnemer.
In de praktijk is het echter nodig om nog een vierde satelliet waar te
nemen. Deze laatste waarneming zal ervoor zorgen dat de gemeten looptijden
gecorrigeerd kan worden voor eventuele synchronisatiefouten
van de klok van de waarnemer.
(Figuur: Basisprincipe ruimtegeodesie)
GPS View
De
GPSView
software (DOS) heeft tot doel op een grafische wijze, via geanimeerde
beelden, een idee te geven over de werking van GPS (auteur:
Dominique Mesmaker). Het bestand is kosteloos beschikbaar op deze site
(installatie
instructies).
Gedetailleerde beschrijving
Ruimtegeodesie
De Geodesie omvat in de eerste
plaats de studie van de vorm en de dimensies van de aarde. Bij de
klassieke geodesie maakt men een onderscheid tussen de altimetrie
en de planimetrie. Bovendien dienen punten op het aardoppervlak onderling
zichtbaar te zijn om hun posities t.o.v. elkaar te bepalen.
De ruimtegeodesie daarentegen overstijgt de beperkende onderlinge zichtbaarheid van de klassieke
geodesie, vermits satellieten gelijktijdig vanuit verschillende plaatsen
op het aardoppervlak zichtbaar zijn. Hierdoor kunnen globaal alle
coördinaten in eenzelfde gemeenschappelijk globaal referentiesysteem
bepaald worden, hetgeen toepassingen op internationaal niveau mogelijk
maakt.
Het NAVSTAR/GPS (Navigation
by Satellite Timing And Ranging/Global Positioning System) werd in de jaren
'70 tot leven geroepen door de United States
Department of Defence (DoD)
en het Defence Mapping Agency (DMA).
Het Global Positioning System is een navigatiesysteem dat positie-, snelheids- en
tijdsbepaling toelaat. De eerste GPS satelliet werd gelanceerd in 1978.
Het systeem is gedeeltelijk gedeklassifieerd en bruikbaar voor niet-militaire
toepassingen. Ondanks het feit dat GPS ontworpen was als militair navigatiesysteem,
bewees het reeds snel een potentieel te bezitten voor geodetische toepassingen.
Het Global Positioning System
Presentatie 1(PDF
file, 3162Kb)
Presentatie 2(PDF
file, 4289Kb)
Het ruimtesegment
Omvat 28 satellieten, deze satellieten bewegen in
quasi-circulaire orbieten op een hoogte van 20.200 km boven het aardoppervlak.
De orbitale periode bedraagt 12 uren siderale tijd. De ruimtelijke spreiding
van de satellieten garandeert dat op ieder moment en op elke plaats op
aarde minstens 4 satellieten zichtbaar zijn.
(Figuur:
Global Positioning System)
Klik hier voor de
huidige constellatie.
De satellieten opereren op 2 draaggolven in de L-band die gegeneeerd worden door vermenigvuldiging
van de; nominale frequentie f0 (10.23 MHz) :
-
L1= 154 x f0 = 1575.42 MHz (met
golflengte = 19.05 cm)
-
L2= 120 x f0 = 1227.60 MHz (met
golflengte = 24.43 cm)
Deze draaggolven worden gemoduleerd
door de volgende signalen
(Figuur: uitgezonden signalen):
-
De C/A-code (Course Acquisition), ook de Standard Positioning Service (SPS) genoemd, bestaat
uit een opeenvolging van de binaire getallen 0 en +1. Deze code herhaalt
zich iedere msec en de modulatiefrequentie bedraagt 1.023 MHz. Iedere satelliet
wordt door een unieke SPS code gekenmerkt.
-
De P-code, ook de Precise Positioning Service (PPS) genoemd, bestaat uit een opeenvolging
van de binaire getallen 0 en +1. De code herhaalt zich om de 267
dagen en wordt uitgezonden op een frequentie van 10.23 MHz. Aan iedere
satelliet wordt een uniek segment van 1 week lengte toegekend.
-
De Y-code is similair aan de P-code. De Y-code vervangt de P-code sinds januari 1994 omwille
van vrijwillige militaire storingen. In tegenstelling tot de P-code is het algoritme voor de generatie van de Y-code geclassifieerd. Hierdoor
brengt het invoeren van de Y-code bepaalde beperkingen met zich meebrengen.
De L1 draaggolf wordt gemoduleerd
door de C/A code en de P-code (of Y-code), L2 bevat alleen de P-code (of
Y-code). Beide draaggolven worden ook gemoduleerd door de uitgezonden navigatiebericht,
die informatie bevatten over de satellietorbieten, de ionosfeer, de satelliet
klokfout en de gezondheid van de satellieten. Deze data worden gedecodeerd
in de ontvanger en gebruikt voor de positiebepaling in reële-tijd.
Het controlesegment
Bestaat uit het Master Control Station
(MCS), verscheidene monitor stations verspreid over de ganse wereld
en grondantennes die de data verzenden naar de satellieten. De monitor
stations ontvangen de satellietsignalen en bepalen de pseudo-afstanden
tot de waargenomen satellieten. Deze afstandsmetingen worden
samen met meteorologische data verzonden naar het MCS. Het MCS berekent
de toekomstige satellietorbieten, modelleert het gedrag van de satellietklokken
en stelt de navigatieboodschap samen. De navigatieboodschap wordt
op zijn beurt naar de grondantennes verzonden die het signaal doorsturen
naar de satellieten.
Het gebruikerssegment
Bestaat uit een ontvanger met antenne, een
controle scherm en een data verwerkingssoftware. Dit gebruikerssegment
kan bestaan uit verschillende types ontvangers, elk bestemd voor een specifieke
doelgroep.
Waarnemingsgrootheden
Een GPS ontvanger kan 2 soorten metingen uitvoeren: de codemeting en de fasemeting.
De codemeting
De codemeting is gebaseerd op het tijdsinterval nodig om een duplicaatcode
(gegenereerd in de ontvanger) te correleren met deontvangen code. De afstandsmeting
wordt verkregen door het tijdsinterval te vermenigvuldigen met de lichtsnelheid
c. In ideale omstandigheden is dit tijdsinterval gelijk aan het verschil
tussen het ontvangsttijdstip (gemeten op de klok van de ontvanger) en het
emmissietijdstip (gemeten op de klok van de satelliet).In de tijdsmeting
treedt er echter door de desynchronisatie van beide klokken een fout op,
waardoor de codemeting ook dikwijls de pseudo-codemeting genoemd wordt.
De meetprecisie van de C/A-code bedraagt 3 m, die van de P-code 30 cm.
(Figuur: Meting op binaire code)
De fasemeting
De fasemeting bestaat uit het verschil tussen de fase van het ontvangen
signaal (met Doppler-verschuiving) en de fase van een duplicaatfrequentie,
gegenereerd in de ontvanger. De meetprecisie van de fasemeting bedraagt
2 mm. Een kritiek punt bij de fasemeting is dat het kontakt tussen de ontvanger
en de satelliet niet mag verbroken worden. Indien dit kontakt toch verloren
gaat, dan uit zich dat door gehele sprongen in de gemeten fase, "cycle
slips'' genoemd. Indien de fases voor hoog precieze toepassingen gebruikt
worden, moeten deze cycle slips uit de data weggewerkt worden
(Figuur: Meting op draaggolven,
(figuur: GPS meetprecisie)
Vrijwillige degradatie van de nauwkeurigheid
Het GPS systeem is initieel ontwikkeld als een primair militair navigatiesysteem dat onder de verantwoordelijkheid
valt van het Amerikaanse ministerie van defensie. Het voldoet bijgevolg
aan de nationale veiligheidsnormen van de V.S. Reeds bij de ontwikkeling
van GPS werd uitgestippeld dat het systeem niet-militairegebruikers een
beperkte nauwkeurigheid zou leveren.
Een eerste wijze waarop dit werd gerealiseerd is door alleen de Standard Positioning Service ter
beschikking van niet-militaire gebruikers te stellen. Hierdoor werd de nauwkeurigheid
van toepassingen in reële tijd voor civiele gebruikers gevoelig beperkt
(van 10 à 20 meter naar ongeveer 20 à 100 meter).
De eerste commerciële GPS apparatuur die voor burgers toegankelijk was en de mogelijkheid bood
om de P-code waar te nemen, werd ontwikkeld rond 1989-1990. Sinds 1991
ligt de GPS ontvangstapparatuur die de P-code kan waarnemen aan de basis
van zeer nauwkeurige geodetische toepassingen. Deze evolutie
in nauwkeurigheid duurde tot eind januari 1994 en noopte uiteindelijke
het Amerikaanse ministerie tot een cryptering van de P-code in de beschermde
Y-code. Deze techniek, "Anti-Spoofing'' (AS) genoemd,
zorgt ervoor dat actueel alleen geselecteerde (militaire) gebruikers in
staat zijn om uit de Y-code de nauwkeurige P-code te reconstrueren. AS
stelt zich eveneens tot doel te voorkomen dat vijandige mogendheden de
P-code zouden dupliceren en zo verstoren. Oorspronkelijk werd verwacht
dat Anti-Spoofing alleen zou volstaan om de nauwkeurigheid van GPS te beperken.
Het bleek echter dat met C/A-code posities konden bepaald worden
met een nauwkeurigheid van 20 tot 40 meter in reëele tijd. Deze
situatie leidde tot het programma, "Selective Availability" genoemd,
dat erin bestond de nauwkeurigheid te beperken van de posities berekend
met de Block II satellieten. "Selective Availability" (SA) bestaat
uit 2 componenten:
-
verstoring van de uitgezonden efemeridegegevens, het zogenaamde epsilon proces
-
systematische destabilisatie van de satellietklok, het zogenaamde delta-proces, of "dithering"
SA was, met onderbrekingen actief op alle Block II satellieten sinds april 1990. Enkel het
delta-proces werd gedetecteerd. De beperkingen van SA op het
GPS systeem slaan grotendeels op toepassingen in reële tijd en minder
op geodetische toepassingen, waarbij de data op een grondige manier verwerkt
kunnen worden om het effect van SA te reduceren.
(Figuur: Foutbronnen)
Sinds 1 mei 2000, is SA gedesactiveerd. Meer informatie hierover in
"The Global Positioning System :
Present Status and Modernization
Plans
GPS ontvangers
GPS ontvangers kunnen naargelang
hun architectuur in 3 klassen onderverdeeld worden:
-
meer-kanaals ontvangers
-
sequentiële ontvangers
-
multiplex ontvangers
De meer-kanaals ontvangers
De meer-kanaals ontvangers vormen de topklasse van de GPS ontvangers
en worden in het algemeen alleen gebruikt voor hoog-nauwkeurige toepassingen,
of in hoog dynamische situaties. Deze ontvangers beschikken over één
ontvangstkanaal per satelliet, waardoor iedere satelliet continue gevolgd
kan worden. Verder kan men hier nog een onderscheid maken tussen SPS en
PPS ontvangers. De SPS ontvangers meten enkel de C/A-code en de L1
en/of L2 fases. De PPS ontvangers kunnen daarentegen C/A en
P-code metingen uitvoeren en de L1 en L2 frequentie waarnemen.
De sequentiële ontvangers
De sequentiële ontvangers bestaan in een 1 of 2-kanaals versie.
Het tweede kanaal wordt meestal gebruikt voor de acquisitie van een initiële
satelliet of voor de collectie van de navigatie informatie. Het andere
kanaal schakelt van satelliet naar satelliet met een typisch verblijf van
1 seconde per satelliet.Dit brengt met zich mee dat voor iedere satelliet
per schakelbeurt een korte reacquisitiefase nodig is. Deze meetmethode
heeft verder tot gevolg dat de ontvanger slechts om de 4 à 5 seconden
een drie-dimensionele positie kan bepalen. Bovendien is deze positie minder
nauwkeurig omdat de metingen naar de verschillende satellieten niet gelijktijdig
uitgevoerd worden.
De multiplex ontvangers
De multiplex ontvangers vormen een compromis
tussen de meer-kanaals en sequentiële ontvangers. Ze kunnen,
ondanks een analoog werkingsprincipe aan de sequentiële ontvangers,
maar dankzij een verbeterd ontwerp, tussen de verschillende satellieten
schakelen in minder dan 20 msec. Door deze hoge schakelfrequentie elimineert
men de reacquisitiefase bij iedere schakelbeurt. Zowel bij de sequentiële
als de multiplex ontvanger wordt het navigatiebericht voor iedere satelliet
asynchroon ingeladen, waardoor een eerste positieberekening meer tijd vergt.